Jeu de boules

Pétanque (jeu de boules) – Wie kaatst, moet de bal verwachten!

De regels zijn als volgt:
– De teams bestaan uit 2 personen.
– Je speelt 2 tegen 2 met elk drie boules.
– Er wordt tussen de teams geloot (met een muntstuk) wie mag beginnen.
– Vanuit de werpcirkel mag een speler van dit team het kleine houten balletje (ook wel but of cochonnet genoemd) op een afstand van ten minste 6 meter en ten hoogste 10 meter
uitwerpen.
– Uit het team dat deze voorbereidingen heeft getroffen probeert een speler een boule zo strategisch mogelijk bij het but te plaatsen. De speler die het but uitwerpt, hoeft dus niet als eerste te spelen, het mag ook een medespeler zijn.
– Het werpen gebeurt vanuit de werpcirkel, waarbij de voeten op de grond en binnen de cirkel moeten blijven.
– Nu komt de tegenpartij aan de beurt, die gaat proberen een boule dichter bij het but te werpen.Lukt dit niet, dan moet een nieuwe poging ondernomen worden. Dit kan zo doorgaan,
totdat alle boules van één team zijn gespeeld. In dit geval heeft het andere team vijf boules over die nog gespeeld kunnen worden en een kans maken voor een hogere score.
– Lukt het wel een boule dichter bij het but te werpen, dan is het eerste team weer aan de beurt.
– Als alle boules van beide teams zijn gespeeld, wordt er gekeken hoeveel punten er zijn gescoord. Iedere boule die beter ligt dan de dichtstbijzijnde boule van de tegenpartij levert 1 punt op. Een winnend team kan per werpronde minimaal 1 punt en maximaal 6 punten scoren.
– Het team dat de voorgaande werpronde heeft gewonnen, mag de nieuwe werpronde beginnen.
– Het team dat als eerste 13 punten bereikt, terwijl de tegenstander geen boules meer heeft te spelen, is winnaar.